Hoe mensen vroeger hun huis warm hielden

Bijgewerkt: 1 december 2023

Tegenwoordig heeft iedereen (centrale) verwarming in de woning. Verwarming is een basisbehoefte. Dat was vroeger wel anders! Toch hadden ze in de Romeinse tijd al centrale verwarming. De geschiedenis over verwarming gaat ver terug, want in de tweede eeuw voor Christus was er zelfs vloerverwarming.

De mens leerde 350.000 jaar geleden vuur maken

De mensensoort Homo erectus gebruikten ruim 1 miljoen jaar geleden vuurstenen om te verbranden. Maar of dit daadwerkelijk tot een groot vuur leidde, daar hopen onderzoekers meer kennis van op te doen.

De Homo sapiens (de moderne mens) wist 350.000 jaar geleden vuur te maken om grotten te verwarmen. In de steentijd (prehistorie) werden de eerste huizen gebouwd, die bestonden uit leem. Later werden huizen van hout gebouwd. Ongeveer 3500 jaar geleden werd de baksteen uitgevonden.

Met de komst van de eerste woningen kwam ook de vraag: hoe gaan we dit verwarmen?

Het hypocaustum als eerste vloerverwarming

In de tweede eeuw voor Christus ontwikkelde een Romeinse koopman het hypocaustum. Dit bestond uit een verhoogde vloer die van onderuit middels een oven werd verwarmd. Deze vorm van vloerverwarming werd eerst in badhuizen en later ook in particuliere woningen toegepast.


Het gebruik van de open haard

Hoe hielden mensen hun huis vroeger warm, toen er nog geen kachels bestonden? Ruim 10.000 jaar geleden begonnen de eerste mensen in het Midden-Oosten zich op een vaste plaats te vestigen. Huizen uit de oudheid en middeleeuwen bestonden vaak maar één ruimte. Die werd verwarmd middels een centrale vuurplaats, waarbij rook door een gat in het dak naar buiten kon.

Grote hoeveelheden rook kon niet naar buiten, dit bleef in de woning bleef hangen. Doordat ramen geen glas hadden, werden vonken ook door de woning verspreid. Er was dus behoefte aan een andere oplossing.

Later werd de open haard uitgevonden, die van de 14e tot de 17e eeuw veel in gebruik was. Deze bestond uit een rooster of vuurkorf met een schoorsteenmantel met rookkanaal. Door hout op te branden werd de woning warm gehouden.

Het nadeel van een open haard bleef het open verwarmingssysteem. Ondanks het rookkanaal kwam er toch roet en rook in de woning terecht.

Brandstoffen voor de open haard

In dit begin was hout de belangrijkste brandstof voor de haard. Later kwam hier steenkool bij. In de 18e eeuw gingen mensen ook turf en kienhout als brandstof gebruiken. Op plaatsen waar weinig hout beschikbaar was, werden maïskolven of gedroogde koeienvlaaien als brandstof gebruikt.

Het ontstaan van de kachel

Na de 17e eeuw werd de kachel ontwikkeld. Voornamelijk omdat grotere ruimtes moesten worden verwarmd, zoals kantoorpanden en fabrieken. Het eerste model was een gesloten gietijzeren kast. Sinds die tijd zijn er meerdere kachels ontwikkeld.

Overigens was het gebruikelijk om alleen de woonkamer en keuken te verwarmen. Op slaapkamers was het ontzettend koud, dus warme nachtkleding was geen overbodige luxe.

De eerste centrale verwarming

Londen had in het jaar 1819 de eer om de eerste cv-installatie verwelkomen. In 1825 gebeurde dit in Gendringen, Nederland. Tot de eerste wereldoorlog was centrale verwarming alleen iets voor ziekenhuizen, hotels en kantoren. Alleen de rijkste mensen konden het ook in hun woning aan laten leggen.

Na het jaar 1965 nam de welvaart in Nederland toe. Toen konden steeds meer mensen centrale verwarming nemen.

Van cv-ketel naar warmtepomp

Het was gebruikelijk dat de cv-installatie werd aangestuurd door een cv-ketel op gas. Vanaf 2050 moeten alle woningen in Nederland gasloos zijn. Daarom stappen steeds meer huishoudens op de warmtepomp over. Deze haalt warmte uit lucht, het grondwater of de bodem. De warmte wordt aan verwarmingselementen afgegeven, waardoor de woning aangenaam warm wordt. Hiervoor heeft de warmtepomp stroom nodig, maar minder dan wanneer je de woning middels elektrische kachels verwarmt.

Enig nadeel van de warmtepomp is dat hij minder effectief is wanneer de woning slecht of niet geïsoleerd is. Alle woningen die vóór het jaar 2000 zijn gebouwd, hebben een matige tot slechte isolatie.

De winters waren vroeger kouder dan nu

Het is een feit dat de Nederlandse winters vroeger veel kouder waren. De kans op een Elfstedentocht was vroeger ook veel groter.

De winter van 1963 was erg koud, met een gemiddelde temperatuur overdag van -3,4° C. In 1940 was het overdag gemiddeld -1,9 °C. In 1942 lag op sommige plaatsen meer dan 40 cm sneeuw. Het afgelopen decennium hebben we veel winterse nachten met temperaturen van -20 °C gehad.

1947 was het jaar met de hoogste temperatuur in januari, ooit gemeten. Op 16 januari 1974 werd het in Maastricht maar liefst 17,2 °C.

In de periode 1907-2022 zijn de winters gemiddeld 1,4 °C warmer geworden. De winters van 2007, 2014, 2016 en 2020 hadden allemaal een gemiddelde temperatuur die boven de 6 °C lag.

Wat betekent een zachte winter voor verwarming in de woning?

Wanneer de buitentemperatuur onder de 15 °C daalt, hebben veel mensen behoefte aan het verwarmen van de woning. Vooral in de avonduren. Het stookseizoen loopt officieel van 1 oktober tot 1 mei. Toch zijn er veel mensen die al in maart de verwarming helemaal uitlaten.

Een zachte winter betekent niet dat je helemaal niet meer hoeft te stoken. Dit is nog steeds nodig. Alleen hoeft de cv-ketel of de warmtepomp minder hard te werken. Hiermee bespaar je een hoop energie.

Bij een zachte winter merk je dat je op gas of elektriciteit bespaart. Niet alleen goed voor je portemonnee maar ook voor het milieu.

Nog meer besparen? Denk dan aan goede isolatie van de woning. Hierdoor hoef je pas later in het jaar de verwarming aan te zetten, en hoeft hij ook niet zo hard te werken. Je merkt echt het verschil.

Schuiven naar boven